compiler
mannelijk (de)/kɔm'pɑjlər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (informatica) computerprogramma dat een in een brontaal geschreven programma (broncode) vertaalt in een semantisch equivalent programma in een doeltaal (objectcode) (en meestal tegelijk met andere programma´s 'linkt')
Etymologie
*afgeleid van het Engelse 'compiler' ()
Vertalingen
Engelscompiler
Franscompilateur
DuitsCompiler
Spaanscompilador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek