communicatie

vrouwelijk (de)/ˌkɔmyniˈka(t)si/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn
    Maar het kan zijn dat de Franse politie jou traceert naar aanleiding van je communicatie met Mikhail Mijakovié.
    De communicatie tussen planten vindt ook plaats via chemische signalen, die door hun wortels of bladeren worden afgegeven.
    Dat team staat bekend om hun goede communicatie.

Etymologie

* van communiceren

Vertalingen

Engelscommunication
Franscommunication
DuitsKommunikation
Spaanscomunicación