commerçant

mannelijk (de)/kɔmɛr'sɑnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (sluwe) handelaar
    Tan is een merk, een sterk merk. Hij is niet alleen de meest relaxte BN’er en best geklede Nederlander, hij is goed van de tongriem gesneden, good looking, aimabel, intelligent en ook in Hilversum heeft hij inmiddels zo’n beetje alle prijzen – beste televisiepresentator, Omroepman van het Jaar, winnaar van de Zilveren Televizier-Ster – gewonnen die er maar te winnen zijn. Kortom, voor commerçanten en marketeers is Tan de vleesgeworden natte droom.

Etymologie

* uit het Frans