column

mannelijk (de)/'kɔlʏm/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. media, letterkunde (media), (letterkunde) een kort stukje proza waarin de auteur spits en uitdagend zijn mening ventileert, meestal afgedrukt in een kolom
    Het referendum van woensdag „gaat niet over Oekraïne”. „Het gaat zelfs niet over Europa of de EU. Het is simpelweg één grote pr-stunt om de marktwaarde van GeenStijl op te krikken.” Was getekend Luuk Koelman. Alleen niet op zijn vaste plek als donderdagse columnist in Metro. De gratis krant heeft Koelmans column geweigerd. De auteur plaatste zijn column vervolgens op een eigen website. NRC
    Simon Carmiggelt kreeg voor zijn gebundelde columns in 1974 de P.C. Hooft-prijs

Etymologie

*afgeleid van het gelijknamige Engelse woord

Vertalingen

Spaanscolumna