cocon
mannelijk (de)/ko'kɔn/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- Verpakking van poppen, de overgangsvorm tussen larve en volwassen insect.Zijde wordt gemaakt van de cocon van de zijdevlinder
- iets dat zeer nauw om iets anders heen sluitOm te proberen wat warmer te worden pakte ik het grondzeil van mijn tent en wikkelde dit een paar keer als een cocon om mijn slaapzak heen.
- (figuurlijk) iets waarmee men zich probeert in te dekkenEen cocon van ontkenning.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘omhulsel van rupsen’ voor het eerst aangetroffen in 1872
Vertalingen
Engelscocoon
Franscocon
Spaanscapullo
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek