cocktailprikker
mannelijk (de)/'kɔktelprɪkər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aanvankelijk prikker waaraan men een vrucht (olijf, kers e.d.) bevestigt die in een cocktailglas gestoken wordt
- bij uitbreiding ook prikkertje waaraan blokjes worst of kaas, olijven e.d. bevestigd worden die als snack genuttigd worden
Vertalingen
Spaanspalillo de cóctel
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek