coaster

mannelijk (de)/'kostər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheepvaart (scheepvaart) vrachtschip kleiner dan 1800 Bruto Register Ton (1 BRT = 2,83 m³)
    Wist u trouwens dat die horsmakreel, ondanks de geringe consumptie hier, van levensbelang is voor de Nederlandse visserijsector? De grootste diepvriestrawlers van de vloot vangen ze op de Atlantische Oceaan buiten West-Afrika. De niet geringe vangsten worden - althans dat was jaren het geval - vervolgens op de Canarische Eilanden gelost, waarna coasters ze naar Nigeria en Kameroen verschepen. Daar worden ze gedroogd. Ik heb me weleens laten vertellen dat Nederlandse vissers in sommige jaren garant staan voor zestig procent van de inname aan dierlijke eiwitten in die landen - een markt die gaandeweg wordt aangevreten door Chinese vissersboten.NRC 17 juni 2014
  2. achtbaan

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘kustvaarder’ voor het eerst aangetroffen in 1947

Vertalingen

Engelscoaster