coïncideren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. absol (absol) samenvallen in ruimte of tijd
    Zijn aftreden coïncideerde met het optreden van een zware aardbeving.
  2. ov (ov) het samenvallen in ruimte of tijd vaststellen
    Samen vormen deze oscilloscopen - ongeacht hun plaats op de aarde - één grote detector doordat de signalen gecoïncideerd kunnen worden.

Etymologie

*afgeleid van het Franse coïncider () [https://fr.wiktionary.org/wiki/coïncider Wiktionnaire]

Vertalingen

Engelscoincide
Franscoïncider
Duitskollidieren, überlappen, zusammenfallen