clubkleur

mannelijk/vrouwelijk (de)/'klʏpklør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de herkenningskleur van een (sport)club
    Hoogste nieuwe binnenkomer is Feyenoord-investeerder Pim Blokland, die met stip op 7 staat. Hij 'harkte een karrenvracht ana geld binnen waardoor de ene clubkleur (rood) straks vervangen wodt door een andere (zwart) op de financiële balans'. Tubantia 03-01-12 [https://www.tubantia.nl/nederlands-voetbal/johan-cruijff-de-machtigste-voetbalman-van-nederland~ac617b3f/ 'Johan Cruijff de machtigste voetbalman van Nederland']
    De binnenstad is vooral vol met eerstejaars studenten, bezig aan de introductieweek van hun opleiding. Sommige groepen zijn in groene T-shirts gestoken, de clubkleur van Bursa. Tubantia Marthy Rothe 30-08-12 [https://www.tubantia.nl/overig/enschede-kleurt-anders-groen~a98577ca/ Enschede kleurt anders groen]
    De fans waren overwegend gekleed in het zwart en wit, de clubkleur van Heracles Almelo. Die combinatie van zwart en wit was ook de zogeheten 'dresscode' voor het festijn. Tubantia 10-05-13 [https://www.tubantia.nl/almelo/vierduizend-fans-vieren-jubileum-heracles-almelo~a1faba06/ Vierduizend fans vieren jubileum Heracles Almelo]