cliché

onzijdig (het)/kli'ʃe/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. taalkunde, tekstkritiek (taalkunde) (tekstkritiek) beschrijving, uitdrukking of stijlfiguur, die te veel of fout gebruikt is, zodat het aan betekenis verloren heeft
    Hoewel ik er vaak was geweest en de klinkende namen van Titiaan en Tintoretto achteloos door soireetjes had laten rollen, hoewel ik geroutineerd in mijn krant bleef lezen terwijl de vuurrode hogesnelheidstrein mij over de landverbinding van Mestre naar de oude stad bracht en veelbetekenend begon af te remmen, en hoewel ik mij had voorgenomen om mijn entree in de stad met een praktische instelling te benaderen en enige eventuele beroering van het gemoed uit te stellen totdat ik goed en wel was geïnstalleerd, moest ik even naar adem happen toen ik het station uit liep en het breekbare, pastelkleurige cliché van de stad aan het groene water zich onbekommerd en schijnbaar onschuldig voor mij ontvouwde.
    Het is een cliché, maar daarom niet minder waar.
    Wij weten inmiddels allemaal dat drank meer kapotmaakt dan je lief is, nietwaar? Een cliché, maar wel eentje met een hoog waarheidsgehalte.
  2. drukvorm die gebruikt wordt bij het drukken van illustraties in hoogdruk

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans. In de betekenis van ‘drukplaat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1892 . In de betekenis van ‘afgezaagde uitspraak’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950

Vertalingen

Engelscliché, cliche
Franscliché
DuitsKlischee