claviger
mannelijk (de)/ˈklaviɣər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- iemand die de toegang bewaaktIk was een keer op school een nieuwe vulpen kwijtgeraakt (…) Ik was bij de claviger geweest; die had hem niet gevonden.
Etymologie
*van Latijn "claviger" "sleuteldrager"
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek