claviger

mannelijk (de)/ˈklaviɣər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand die de toegang bewaakt
    Ik was een keer op school een nieuwe vulpen kwijtgeraakt (…) Ik was bij de claviger geweest; die had hem niet gevonden.

Etymologie

*van Latijn "claviger" "sleuteldrager"