claim

mannelijk (de)/klem/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) aanspraak op vergoeding van schade
    De gemeente acht zich niet schuldig en wijst claims af.
    Een gast verliezen was één, dood door schuld of nalatigheid van het personeel iets compleet anders. Dan konden er in het ergste geval claims komen.
    ‘Stomtoevallig’ kwamen beide Sanderink-ondernemingen enkele weken geleden tegelijkertijd op het idee om hun claims zeker te stellen. Dat deden ze door gezamenlijk beslag te leggen op 1,96 miljoen euro die Gerard Sanderink nog aan zijn ex moet betalen, vanwege dwangsommen uit eerdere rechtszaken.
  2. juridisch (juridisch) recht op bepaald stuk grond
    Het land houdt vast aan zijn claim op het eiland.
  3. beweren dat een bepaalde stelling waar is

Etymologie

* Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘vordering’ voor het eerst aangetroffen in 1886

Vertalingen

Engelsclaim, claim
Spaansreclamación, derecho