citytrip
mannelijk (de)/'sɪtitrɪp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een toeristische reis naar een stad„Het gaat om een vrouw uit de omgeving van Roeselare die op citytrip was met haar zus en moeder”, zegt Reynders over de overleden Belgische. „We stellen alles in het werk om hen bij te staan.” De drie Belgische gewonden zijn een vader, moeder en zoon van één gezin. De drie worden geopereerd.Reformatorisch Dagblad 31-10-2017 [https://www.rd.nl/vandaag/buitenland/belgische-onder-slachtoffers-new-york-1.1441764 Belgische onder slachtoffers New York ]Peter Pan vloog met kinderen naar Never Never Land, een plek waar geen ziekte bestaat. Dat is precies het idee achter de Peter Pan Vakantieclub. Zij verzorgen vakanties voor chronisch en ernstig zieke tieners. Een citytrip, Disneyland Parijs, vijf dagen Mallorca.Het Parool HANS VAN DER BEEK 13 NOVEMBER 2017 [https://www.parool.nl/stadsgids/-dan-gaan-we-met-zijn-vieren-dood-gezellig~a4536346/ 'Dan gaan we met zijn vieren dood, gezellig']
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek