cisgenese

vrouwelijk (de)/ˈsɪsxeˌnezə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. overdracht door genetische modificatie van een eigenschap binnen een soort of binnen kruisbare soorten van de ene plant naar een andere plant
    Sommige technieken zijn zo verfijnd dat niet meer goed is te zeggen of het nou genetische modificatie is of niet. Neem cisgenese, waarbij men genen uit een wilde variant van een bepaald gewas overbrengt naar het kweekgewas. Dat kan met klassiek kruisen, maar met genetische technieken gaat het sneller, beter en accurater.

Etymologie

*afgeleid van genese , benaming voor het eerst gebruikt in 2000 door de Nederlandse biotechnoloog H.J. Schouten en filosoof

Vertalingen

Engelscisgenesis