circustent

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsɪrkʏsˌtɛnt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. tijdelijk bouwsel uit masten waarover een groot dak van zeildoek is gespannen, met daaronder een plaats waar voorstellingen worden gegeven en voorzieningen voor het publiek
    De circustent werd met tien mensen opgezet.
    In een door hemzelf opgezette circustent, presenteerde hij een door hemzelf bedacht en gepresenteerd programma van een uur, inclusief een eigen paardennummer. Geheel in de oude circustraditie, waarin het eigenlijk draait om de paarden en de clowns en acrobaten fungeren als divertissement tussendoor.