circusfamilie

vrouwelijk (de)/'sɪrkʏsfamili/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. groep bloedverwanten die werkt in een circus
    Sinds 2015 is het in Nederland verboden om op te treden en rond te reizen met wilde circusdieren. Maar Buba kreeg dispensatie, niet om zijn kunsten te vertonen, maar wel om met de circusfamilie mee te blijven reizen.
    Een inwoner van Bergen op Zoom begon een inzamelingsactie voor de circusfamilie. Naast geld, doneerden inwoners de afgelopen dagen ook eten en drinken. "Alleen maar dank, dank, dank", zegt de circusdirecteur tegen Omroep Brabant.