christenvrouw

vrouwelijk (de)/ˈkrɪstə(n)ˌvrɑu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrouw die een christelijk geloof aanhangt
    Had zij zich wellicht bij de Mennonieten laten ommoffelen tot een Christenvrouw?
    Na de berichten over het opzetten van een moordlustige generatie kindsoldaten, komt daar nu ook nog eens georganiseerde, van hogerop goedgekeurde handel in vrouwelijke seksslavinnen bij. Gevangen Yezidi- en Christenvrouwen worden op dezelfde markt als vee verhandeld. Op foto’s is te zien dat de vrouwen opeengepakt op kooien achterop pick-up trucks staan.