cholera

mannelijk/vrouwelijk (de)/χoləra/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) een zeer besmettelijke infectieziekte die de darmen aantast
    Deze 'hygiënisten' meenden dat cholera en vele andere ziekten werden overgedragen door kwalijke dampen, miasma geheten.
    In dagboekaantekeningen van 1854 schrijft Kierkegaard dat, terwijl oorlog en andere rampspoed mensen bewust maken van de gemeenschap, ziektes zoals cholera leiden tot het bewustzijn van individualiteit, van persoonlijke ervaring van ziekte.
    Vroeger kregen mensen veel sneller cholera dan nu.

Etymologie

* Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘besmettelijke buikloop’ voor het eerst aangetroffen in 1588

Vertalingen

Engelscholera
Franscholéra
DuitsCholera
Spaanscólera
Italiaanscolera
Russischхолера
Turkskolera
Poolscholera
Zweedskolera
Deenskolera