choker

mannelijk (de)/'ʃokər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kleding (kleding) zijden sjaaltje gedragen in de open boord van een overhemd
  2. kleding (kleding) een halsversiering in de vorm van een lint of halsband die strak om de hals (van een vrouw) gedragen kan worden
    Vorig jaar herfst droeg ze op Sint-Michiel een paarlen choker, en de volgende dag had iedere edelvrouw haar hals ingesnoerd met parels of andere edelstenen. Tegen kerst droegen zelfs de meisjes in de dorpen chokers van kralen of linten, of van welk materiaal ze ook maar konden vinden om met de mode mee te doen.

Etymologie

* van choken