chloraal

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde (scheikunde) C2HCl3O
  2. farmacologie (farmacologie) chlooraalhydraat dat men kan gebruiken als slaapmiddel
    Aanstaand biograaf Lucien Custers schrijft over de tragedie van 1904: na een conflict op het Doetinchems Gymnasium (dat de landelijke pers haalde) neemt Dèr Mouw een flesje chloraal in, een sterke slaapdrank, in de hoop dat hij het niet overleeft.

Etymologie

* uit het Frans

Vertalingen

Engelschloral, trichloroacetaldehyde
Spaanscloral