chicane

mannelijk/vrouwelijk (de)/ʃi'kanə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. haarkloverij, vitterige opmerking (vaak berustend op formaliteiten)
  2. verkeer (verkeer) zeer scherpe bocht ter vertraging van het verkeer (autosport)

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘haarkloverij’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1698

Vertalingen

Spaanschicane