chesterfield

mannelijk (de)/ˈtʃɛstərˌfilt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. meubel (meubel) bepaald model armstoel of canapé uit het eind van de achttiende eeuw gekenmerkt door de capitonnage van leuning en zitting, en vaak voorzien van een genagelde voorzijde en een bekleding van glad bruin leer
    Wat gebeurt er in ons hoofd wanneer het woord ‘stoel’ valt, zien we dan een tuinstoel of een chesterfield?
    Als het publiek binnenkomt zit zijn zus Leonore op de chesterfield kransen van laurierblad te vlechten.
    Bij het door studenten georganiseerde Room for Discussion worden belangrijke CEO’s, IMF-personeel en andere grote spelers in het marktveld uitgenodigd. Niks wat ook maar in de buurt komt van het communisme heeft ooit op de chesterfields mogen plaatsnemen.
  2. kleding (kleding) bepaalde model mantel, overjas met blinde sluiting en veelal met een fluwelen kraag

Etymologie

**[2] de 19e-eeuwse modebewuste Britse politicus (VI), die dit kledingstuk populair maakte

Vertalingen

Spaanssofá chesterfield, abrigo chesterfield