chaperonne

vrouwelijk (de)/ˌʃɑpəˈrɔːnə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verouderd, maatschappij (verouderd), (maatschappij) oudere vrouw die een jonge ongehuwde vrouw begeleidt als ze naar feesten gaat waar ook jonge heren komen
    Van Vleuten werkt momenteel aan een boek over zijn familiearchief. Zijn nieuwe voorstelling Nog nooit vertoond komt daar uit voort: aan de hand van een schat aan oude foto’s „tovert hij zijn publiek een verdwenen wereld voor van tropenhelmen en telegrammen, chaperonnes en schipbreuken.”de Telegraaf 11 nov. 2017
  2. figuurlijk, maatschappij (figuurlijk), (maatschappij) beschermer van iemand anders dan een jong meisje
    Evenals Ten Dam, die gisteren als ’lijfwacht’ van de Australiër de tweede Pyreneeënrit afwerkte. "Ik was zijn chaperonne. Michael en ik hadden een ’snipperdag’, maar naar Rodez ga ik voor hem weer vol op kop hengsten, want deze zege smaakt naar meer...”de Telegraaf 15 jul. 2017

Etymologie

* gevormd uit "chaperon", een vervrouwelijkte vorm die deze betekenis in het Frans zelf niet heeft

Vertalingen

Engelschaperon, chaperone, duenna
Franschaperon