chantage

vrouwelijk (de)/ʃɑn'taʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) mensen onder voor de buitenwereld onzichtbare bedreiging zaken tegen hun wil laten doen
  2. juridisch (juridisch) Dreigen met dingen om mensen iets te laten doen.
    Een 'schaduwelite' heeft er met lobbyen en dreigementen, chantage en leugens voor gezorgd dat beperkingen van de bankensector na de crisis werden gestopt of afgezwakt. [http://www.parool.nl/parool/nl/30/ECONOMIE/article/detail/3773171/2014/10/21/Hoogleraar-Ewald-Engelen-Een-elite-beschermt-de-banken.dhtml www.parool.nl]

Etymologie

* van chanteren

Vertalingen

Engelsblackmail
Franschantage
DuitsErpressung
Spaanschantaje
Italiaansricatto
Poolsszantaż
Zweedschantage, utpressning