chalcedoon
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (mineraal) een halfedelsteen en een variëteit van kwarts met kleur bijna wit tot lichtblauw of duifblauw, vaak met strepen. De steen wordt ook gevonden in de kleuren appelgroen (chrysopraas genoemd), roze, rood (variëteit carneool), bruin (sarder genoemd) en koperkleur
Vertalingen
Spaanscalcedón
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek