cfk

mannelijk (de)/ˌsejɛfˈka/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. koudemiddel (vroeger) gebruikt in koelkasten en airco's; drijfgas in spuitbussen
    Belang en kwetsbaarheid van de ozonlaag staan in de aandacht sinds men eind jaren zestig besefte dat hoogvliegende supersonische vliegtuigen hun reactieve verbrandingsgassen rechtstreeks in de stratosfeer zouden brengen. In 1974 opperden Rowland en Molina de theorie dat chloor en broom uit cfk's en halonen de ozonlaag in een kettingreactie zouden kunnen vernietigen, waarop de uitbanning van cfk-drijfgassen volgde. In 1982 vond Farman het oktober-gat in de ozonlaag boven de zuidpool dat, zo bleek later, al sinds 1975 jaarlijks optrad. De publikatie daarover in 1985 bracht omvangrijk onderzoek op gang. Daarin krijgen 'heterogene' chemische reacties aan ijskristallen en sulfaatdruppeltjes steeds meer aandacht.NRC 10 maart 1994

Etymologie

*afkorting van chloorfluorkoolstofverbinding

Vertalingen

Engelschlorofluorocarbon