centrumspits
mannelijk/vrouwelijk (de)/'sɛntrʏmspɪts/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (sport), (voetbal) een (voetbal)speler die als aanvaller midden op het veld (dus niet links of rechts) speeltMede dankzij een fabelachtige techniek groeide Croon in korte tijd uit tot één van de beste aanvallers van de hoofdklasse. Niet zozeer het type afmaker, eerder een voorbereider. „Ik was vroeger altijd aanvallende middenvelder. Die drang naar voren heb ik altijd gehad. Ik ben nu aanvaller, maar denk nog als een middenvelder, dus ik weet als aanvaller wel zo’n beetje waar je moet staan rond de cirkel. Ik kan daar ballen aannemen, acties maken, de cirkel in, combinaties aangaan met middenvelders die opkomen. Dat is mijn spel. Ik ben geen centrumspits die aan de lopende band doelpunten maakt. Daar kun je er ook geen vijf van hebben. Je moet ook iemand hebben die de kansen creëert, die ruimte maakt.”NRC 22 juli 2016
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek