centrifuge

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˌsɛntriˈfyːʒə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. techniek (techniek) toestel dat gebruikmakend van de middelpuntvliedende kracht, de mogelijkheid biedt om stoffen te scheiden, te zuiveren of te drogen
    Melasse en kristallen worden in een centrifuge gescheiden.
    De centrifuge van mijn wasmachine is kapot.

Etymologie

* Leenwoord uit Frans centrifuge ‘machine voor het ontromen van melk’, zelfstandig gebruik van het bijvoeglijke naamwoord centrifuge ‘centrifugaal’, ontlening aan Neolatijn centrifugus ‘middelpuntvliedend’, een neologisme gemunt door Isaac Newton (Principia, 1687) op basis van Latijn centrum ‘middelpunt’ en fugere ‘vluchten’.

Vertalingen

Engelsspin dryer, separator
Fransappareil centrifuge, centrifugeuse
DuitsZentrifuge
Spaanscentrífuga, centrifugadora
Italiaanscentrifuga
Poolswirówka
Zweedscentrifug