celstraf

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈsɛlstrɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gevangenisstraf (die in een cel moet worden doorgebracht)
    Vier mannen kregen zes tot twee maanden celstraf waarvan een deel voorwaardelijk. In de praktijk gaan de vier tot één maand de cel in. Een vijfde man kreeg een taakstraf van 100 uur. Daarnaast moeten twee verdachten schade vergoeden aan politieagenten, die de bewuste avond gewond raakten. NRC 13 juni 2016

Vertalingen

Spaansdetención