catecheet

mannelijk (de)/katə'ɣet/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. religie, onderwijs (religie) (onderwijs) iemand die catechese geeft

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘godsdienstonderwijzer’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaanscatequista