cassis
mannelijk/vrouwelijk (de)/'kɑsɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (drinken) paarse frisdrank met de smaak van zwarte bessen die vaak koolzuur bevatTijdens het eten dronk ik een glaasje cassis.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘drank van zwarte bessen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek