carré
/kɑˈre/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) vierkant (ook als opstelling/ slagorde)
- (wonen) blok woningen
- (kaartspel) vier dezelfde kaarten of uitkomsten bij het gooien van de pokerdobbelstenenFour Of A Kind of carré.
- (kaartspel) wedstrijd tussen twee teams van elk twee personen bij bridge [1]
- (voeding) vierkant gebakje
- (voeding) ribstuk
- halflang kapsel dat aan de onderkant recht is afgekniptHaar haar is in een carré geknipt.
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘vierkant’ voor het eerst aangetroffen in 1773
Vertalingen
Spaanscarré, cuadrado
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek