carkit
mannelijk (de)/'kɑːrkɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- een apparaat dat het mogelijk maakt om handsfree te bellen in een autoMaar heel veel activisten zijn er niet, zegt hacker/beveiligingsexpert Jeroen van Beek in een cafeetje in Amsterdam. Het lukte Van Beek om de chip in het elektronisch paspoort te kopiëren en gewijzigde gegevens op een chip te zetten die zich voordoet als paspoortchip. Hij kan sommige carkits afluisteren en beelden op beveiligingscamera’s onderscheppen. En hij harkt met zelfgeschreven software belastingaangiften en paspoortkopieën binnen die mensen per ongeluk delen via peer-to-peer-netwerken. Gewoon om te laten zien hoe makkelijk identiteitsfraude is.NRC 8 september 2011
Etymologie
*samenstelling uit het Engels van car en kit
Vertalingen
Engelscarkit
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek