carjacking
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈkɑrdʒɛkɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (misdaad), (verkeer) diefstal van een auto met geweldpleging en of dreigen met geweldVerdachte Frank S. (56) uit het Brabantse Boekel, die zich begin november met een volledige bekentenis en spijtbetuiging meldde op het politiebureau, zegt dat hij samen met verdachte Souris R. (43) uit Veghel de auto van Wiegmink wilde stelen en dat het ging om een uit de hand gelopen carjacking. De mannen zouden in paniek gehandeld hebben. Tubantia 15-02-17 [https://www.tubantia.nl/binnenland/carjacking-of-drugsdeal-verklaringen-over-posbankmoord-lopen-uiteen~a82e3b5b/ Carjacking of drugsdeal? Verklaringen over Posbankmoord lopen uiteen]Een dubbele carjacking in België heeft in de nacht van zondag op maandag het leven gekost aan twee mensen, onder wie de vermeende dader. Ook een inzittende van een gekaapte auto overleefde het niet, berichtten Belgische media. Tubantia 29-05-17 [https://www.tubantia.nl/buitenland/doden-door-dubbele-autokaping-belgie~a58d86e7/ Doden door dubbele autokaping België]
Etymologie
*Leenwoord uit het Engels
Vertalingen
Engelscar-jacking, carnapping, carjacking
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek