cargo

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. transport (transport) de goederen vervoerd door een voertuig
    Een vrachtwagen mag zich niet door een stad begeven als hij gevaarlijke cargo vervoert.
  2. transport, scheepvaart (transport), (scheepvaart) een schip dat goederen vervoert
    Piraten kapen Griekse cargo in Golf van Aden (Het Laatste Nieuws).

Etymologie

* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘vracht’ voor het eerst aangetroffen in 1633