carboon

onzijdig (het)/kɑrˈbon/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. geologie (geologie) geologisch tijdperk waarin de eerste reptielen en zaadplanten verschijnen, vijfde periode van het era paleozoïcum, van 359 tot 299 miljoen jaar geleden
  2. geologie (geologie) gesteenten uit het tijdperk waarin de eerste reptielen en zaadplanten verschijnen

Etymologie

*de Engelse geologen W. Conybeare en W. Phillips noemden in 1822 de voor dit tijdperk kenmerkende aardlagen met veel steenkool "Carboniferous", van Latijn "carbo" "houtskool, steenkool" , dus "steenkoolhoudend" (de informatie in het Woordenboek der Nederlandsche Taal is niet correct); in het Nederlands verkort[http://83.247.6.40:8080/railo/viewer/?publisher=ForumC&publication=Radix&pagenumber=8%3B9%3B10%3B11%3B12%3B13%3B14%3B15%3B16%3B17%3B18%3B19%3B20%3B21%3B22%3B23%3B24%3B25%3B26%3B27%3B28%3B29%3B30%3B31%3B32&type=article&pdate=19770401&fname=19770401-00-ART-172072.xml&search= "Ontstaan en ontwikkeling van de geologische tijdtafel" in Radix (1 April 1977) op website: digibron.nl]; p. 68 en 69; geraadpleegd 2016-01-28

Vertalingen

EngelsCarboniferous
FransCarbonifère
SpaansCarbonífero