caoutchouc
/kauˈtʃuk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rubber
- rubberen
Etymologie
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rubber’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
DuitsKautschuk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rubber’ voor het eerst aangetroffen in 1847