camioneur

mannelijk (de)/kamijɔ'nør/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. vrachtwagenchauffeur
    'Wilde acties van camioneurs verslechteren onze concurrentiepositie ten opzichte van lagelonenlanden', aldus Erik Vandervreken, directeur Automobiel van Agoria.

Etymologie

* uit Frans "camionneur", afleiding van camion, vooral courant in België