camelia
mannelijk/vrouwelijk (de)/kaˈmelija/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) benaming voor planten uit het geslacht , bedektzadigen in de familie met donkergroene, leerachtige bladeren en grote, meestal gevulde bloemen ook gebruikt als kamerplantNaargelang de gevolgde taxonomie omvat het geslacht zo'n 100 tot 250 soorten, voorkomend in oostelijk en zuidelijk Azië, van de Himalaya tot in Japan en Indonesië.
Etymologie
*van modern Latijn Camellia, (eponiem): vernoemde het geslacht naar de 17e-eeuwse Tsjechische jezuïet en botanicus ; in de betekenis van ‘kamerplant’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Vertalingen
Spaanscamelia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek