cakeblik

onzijdig (het)/'keɡblɪk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een metalen bak waarin men een cake kan bakken
    Sybil worstelde met een cakeblik dat niet open wilde.
    Bij deze cake komt er geen oven aan te pas. Meng alles samen, schep het in een cakeblik, laat 2 uur opstijven in de koelkast en je kan al genieten van deze heerlijk arretjescake.