cabrio
mannelijk (de)/'kabrijo/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- auto met een neerklapbaar dakIk trek veel aandacht bij de dames in mijn flitsende, rode cabrio.Ooit had ik een Mercedes van de zaak, een Mercedes cabrio en een Volkswagen. Ik droom ervan dat we na ons pensioen een cabrio-vierzitter van Mercedes hebben, dan kunnen de kinderen mee. Annemarie wil dan een Range Rover Vogue. Vroeger vond ik bezit echt belangrijk, sinds ik kanker heb gehad niet meer. Gezondheid is nu belangrijker.” NRC Friederike de Raat 23 december 2016
Etymologie
* verkorting van cabriolet
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek