businesspartner

mannelijk (de)/ˈbɪsnɪsˌpɑrtnər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een persoon waarmee men zakelijk samenwerkt
    Buckens was als businesspartner en sponsorvertegenwoordiger van Willem II een bekend gezicht bij de club.
    4De politie heeft vandaag in Rio de Janeiro wegens de mogelijke illegale verkoop van WK-tickets een topmanager van 'Match Services', een businesspartner van de FIFA, gearresteerd.
  2. organisatie waarmee men zakelijk samenwerkt
    De Chinese telecomgigant Huawei is de nieuwe businesspartner van Ajax. Het bedrijf is niet de nieuwe hoofdsponsor, zoals de geruchten eerder gingen.