business
mannelijk (de)/ˈbɪznɪs/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bedrijfskunde) zaak [5], onderneming [1], bedrijf [1]Onder de bezielende leiding van Pierre Vinken is de wetenschappelijke tak uitgegroeid tot de core business van RELX.Aysso Reudink NRC 12 december 2015
- (economie) zakenwereld
- (economie) handel
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels, zie aldaar voor de verdere etymologie. In de betekenis van ‘zaken’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek