burijn
/byˈrɛin/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (gereedschap) handsteekbeitel met een vierkante stift waarvan de punt ruitvormig is geslepen, die o.a. wordt gebruikt door de graveur, koperslager en de edelsmid
Etymologie
*van "burin"
Vertalingen
Engelsburin
Fransburin
DuitsGrabstichel
Spaansburil
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek