bureaujob

mannelijk (de)/by'rodʒɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een baan die men op kantoor uitvoert
    De blondine nam twee weken vrij van haar bureaujob in Melbourne – ,,Ik was te onzeker om ontslag te nemen" – en reed met een busje naar de oostkust van Australië.
    Het gaat van de trappen waarop enkele richting is ingevoerd, tot het uitschakelen van allerlei elektrotoestellen zoals koelkasten en een verbod op het doorgeven van schroevendraaiers voor wie aan trams en treinen werkt en nietjesmachines voor wie een bureaujob heeft.