bumper

mannelijk (de)/ˈbʏmpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. stootstang voor en achter op de auto
    Ik heb sensoren in mijn achterbumper om botsingen te voorkomen.

Etymologie

*van """, in de betekenis van ‘stootrand’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1938

Vertalingen

Engelsbumper
Franspare-choc, pare-chocs
DuitsStoßstange
Spaansparachoques