bullenpees
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbʏlə(n)ˌpes/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- zweep uit repen stijf samengeknoopt leer, pees of touw
- lange wapenstok in gebruik bij de politie met name de Mobiele Eenheid
- (bloemplanten) (figuurlijk) benaming voor grote lisdodde
Etymologie
*, omdat oorspronkelijk delen van de stier als zweep werden gebruikt; in de betekenis van ‘strafwerktuig’ aangetroffen vanaf 1617
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek