bukskin

onzijdig (het)/ˈbʏkskɪn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. textielindustrie, geschiedenis (textielindustrie) (geschiedenis) dik en sterk weefsel dat helemaal of voor een deel uit wol bestaat die gekeperd is geweven, samengeperst, wat geruwd en aan één kant geschoren; meestal gebruik voor herenkleding die slijtvast moet zijn
    We memoreren dat er twee 'leersoorten' zijn die niet in onze indeling passen. Bergleder is geen leer, maar een in dikke platen voorkomende vorm van amicanthus — asbest. En wolleer of bukskin is echt een (sterk gekeperde) geweven wollen stof.

Etymologie

*van "buckskin" "cloth", "textiel dat op hertenleer lijkt"