buitenwerkingstelling

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een wet niet meer van kracht laten zijn
    Hij wenst geen inhoudelijke aanpassingen aan de avondklok, maar kiest meteen voor een buitenwerkingstelling.
  2. een apparaat niet meer laten functioneren
    Kroezen zegt dat hij bij de Rabobank telefonisch van het kastje naar de muur is gestuurd. Een reden voor de buitenwerkingstelling heeft hij niet gekregen.
    Eind 2033 is nu de sluitingsdatum, „tenzij uit veiligheidsoverwegingen" buitenwerkingstelling eerder geboden is.

Etymologie

* buiten en werken en stellen