buikpijn

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈbœykpɛin/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. medisch (medisch) pijn in de buik
    Ik had al dagen geen fatsoenlijke maaltijd gegeten en had buikpijn van de honger.

Vertalingen

Engelsstomach ache, abdominal pain
Fransmal de ventre
DuitsBauchschmerz
Spaansdolor abdominal, dolor de barriga, dolor de vientre
Turkskarın ağrısı
Poolsból brzucha